open brief aan Dirk Broeckx (en vele andere)

SCHIZOFREEN ALS SCHANDWOORD

In een interview in de Artsenkrant van 6 april heeft Dirk Broeckx, hoofd van de Algemeen Pharmaceutische Bond APB, het over de communicatie patiŽnt-apotheker, waar die laatste zo slecht uitkomt. Onder het kopje Arts-apotheker: schizofreen? legt hij de bal voor een stuk in het dokterskamp: "Artsen nemen bijna een schizofrene houding aan als we die communicatie willen verbeteren. We installeren in de apotheken 'privacy-hoeken' waar de patiŽnt in een meer afgesloten atmosfeer kunnen bediend worden . maar sommige artsen denken dan dat we in hun rol willen kruipen omdat we een 'consultatiehoek' inrichten."

Uit de rest van het verhaal wordt niet duidelijk welke symptomen de heer Broeckx bij de artsen vaststelt op basis waarvan hij zijn diagnose stelt. Misschien doen de apothekers iets wat de artsen niet leuk vinden. Ze zeggen wel 'ja' op betere communicatie, maar 'nee' als het in privť gesprekshoeken moet. Twee tegengestelde betekenissen of houdingen: dat is schizofrenie in actie. Het was voor de redacteur van dienst ook duidelijk de kern van de zaak, want die zette het in het vet in de tussentitel.

De heer Broeckx meent blijkbaar dat iemand die twijfelt tussen twee standpunten of die afwisselend of tegelijk warm en koud blaast, in aanmerking komt voor de diagnose 'schizofreen'. Dat strookt met het populair psychologiserend taalgebruik waarbij iemand met twee meningen of persoonlijkheden in ťťn lichaam schizofreen is. In de psychiatrie heet dat echter een "meervoudige persoonlijkheidsstoornis' en dat is heel wat anders. Mensen met schizofrenie hebben helemaal geen gespleten persoonlijkheid. De kloof zit tussen de schizofrene patiŽnt en de rest van de wereld. Zij beleven de wereld op een eigen manier en worstelen met zichzelf, soms begeleid door waanbeelden en hallucinaties, verstoken van het gewone zelfgevoel van andere mensen. Het is een ziekte die in ernstige gevallen tot depressie en suÔcide kan leiden en in alle gevallen een zware belasting vormt voor de patiŽnten en hun familieleden. Een niet onaanzienlijk deel van de bevolking (ieders kans is 1 op 100) gaat er onder gebukt, daarenboven nog extra bezwaard door het stigma dat aan geestesziekte in het algemeen en schizofrenie in het bijzonder kleeft.

Wie 'gek' is, is gevaarlijk, misdadig, dom of lui, en heeft het aan zichzelf te danken (of aan de opvoeding van de ouders). Dat zijn stuk voor stuk gevaarlijke misverstanden. Psychiatrische of geestelijke hulp zoeken is daardoor nog steeds bekleed met huizenhoge taboes waardoor mensen te laat te weinig hulp vinden. Mensen met een psychische aandoening zijn verder mensen zoals u en ik, die moedig en in stilte (want ze krijgen weinig begrip of steun) hun ziekte dragen.

Broeckx staat niet alleen met zijn misplaatst taalgebruik. We zouden gemakkelijk elke week een brief kunnen sturen om het onheuse gebruik van 'schizofreen' aan de kaak te stellen. Enkele maanden geleden scholden De Gucht en Di Rupo elkaar uit voor schizofreen. Met de regelmaat van de klok hoor of lees je uitspraken zoals "we leven in een schizofrene samenleving" of "de man bevond zich in een schizofrene situatie". Zelfs architectuur of een schilderij kan schizofreen zijn. In dit geval kan zelfs een hele beroepsgroep of de relatie tussen twee beroepsgroepen schizofreen zijn. Alles wat ook maar twee of meer kanten heeft wordt als schizofreen bestempeld. Dat versterkt elke keer opnieuw een verkeerd beeld van een echte hersenziekte die in de realiteit anders is. Het wordt bovendien altijd als peioratief gebruikt, soms zelfs als scheldwoord, en dat versterkt nog maar eens het stigma dat deze en andere psychiatrische stoornissen bezwaard.

Gelukkig hebben we de Grote Van Dale aan onze kant. Die verwijst nog steeds naar Eugen Bleuler (1857-1939) en hanteert de definitie dat het gaat om "een psychische stoornis, begonnen voor het 45ste levensjaar en ten minste een half jaar durend, gekenmerkt door verslechtering van het sociale, intellectuele en verbale functioneren, psychotische symptomen en een verlies van het realiteitsgevoel."

Het is merkwaardig dat het woord schizofreen voor verkeerde metaforische gebruik lijkt uitverkoren te zijn. Op een slordig gebruik van de medische urgentie-term 'shock' na (een levensbedreigende toestand bij overmatig bloedverlies en zeker niet iemand die emotioneel aangeslagen is), is dit soort misplaatste diagnostiek heel zeldzaam, of het moest een 'angstpsychose' zijn (die niet bestaat behalve in de pseudopsychiatrie).

Men scheldt elkaar niet uit voor diabeet of seropositivo. Niemand haalt het in zijn of haar hoofd om een oudere collega Alzheimertje te noemen. Opvallend ook dat zoveel in oorsprong psychiatrische, maar ondertussen in onbruik geraakte termen nog haast uitsluitend als scheldwoord gebruikt worden: hysterisch, imbeciel, idioot of randdebiel. Misschien is het een combinatie van onwetendheid en gebrek aan inspiratie die mensen naar het woord schizofreen doet grijpen.

Niettemin. Daarom willen we toch dit ogenschijnlijk banale passus in een doordeweeks interview en een woord van amper tien letters aangrijpen om stil te staan bij de woordkeuze van zovele leidinggevende en toonaangevende mensen. Mogen wij hen even vragen wat zorgvuldiger met hun woorden om te springen? Besef dat je met dit woord niet zozeer iemand anders typeert of van kritiek voorziet, maar dat je vooral de vele mensen beledigt die aan deze ernstige ziekte lijden. Mogen jullie, en alle anderen die publiek het woord voeren, van politici tot journalisten, en van tooghangers tot kunstcritici, in het vervolg twee keer nadenken voor ze een woord als 'schizofreen' onnadenkend in de mond nemen.

terug naar de artikelslijst >>